Woonlabels en keurmerken.
In de nabije toekomst neemt het aantal ouderen en zorgvragenden fors toe, zo is de verwachting. Veel van deze mensen willen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Ontwikkelaars, overheden en bouwers spelen daarop in, door de voorraad beschikbare, aangepaste woningen te vergroten. Om de wildgroei aan ideeën voor het verbeteren van woningen tegen te gaan, heeft men geprobeerd om objectieve maatstaven aan te leggen waaraan woningaanpassingen behoren te voldoen. Zo ontstonden verschillende "woonlabels". Gebruikers, subsidieverstrekkers, bouwers en beleidsmakers weten daarmee welk niveau van zorgkwaliteit zij kunnen verwachten. Op dit moment gaat vrijwel geen enkel initiatief verder dan het niveau van de handbewogen rolstoel. Mensen met een uitgebreidere zorgbehoefte moeten nog even wachten....


Het Woonkeurlabel.
Bij de meeste bestaande woningen zijn nogal ingrijpende maatregelen nodig om ze rolstoelgeschikt te maken. Deze zijn ruimtelijk en financieel vaak onhaalbaar, zodat in deze gevallen gedacht wordt aan verhuizen of kleinere aanpassingen. Zaken als tussentraptreden, handgrepen, en verhoogde toiletpotten kunnen voor veel mensen met bewegingsmoeilijkheden het wonen al flink veraangenamen. Vanuit de Ouderenbonden en de Stichting Experimenten Volkshuisvesting is het "Seniorenlabel" ontwikkeld, met standaardeisen voor dit soort ingrepen. Ouderen kunnen hierdoor langer in hun woning blijven. Het "Woonkeurlabel" integreert sinds 2000 de eisen uit het (vervallen) Seniorenlabel, het Handboek Toegankelijkheid, het Politiekeurmerk Veilig Wonen, en de 'Kwaliteitswijzer' van de Woon Adviescommissies (VAC's).
Woonkeur is een certificaat dat kan worden afgegeven aan nieuwbouwwoningen. Zo'n woning heeft een behoorlijk niveau van gebruikskwaliteit, sociale en lichamelijke veiligheid, toegankelijkheid en flexibiliteit. Naast het basispakket bestaan er verschillende "pluspakketten", gericht op duurzaamheid, energiebesparing en toegankelijkheid. De gestelde eisen behoeden individuele consumenten voor ontwerpfouten die in de toekomst ongemak kunnen opleveren. Door de flexibiliteit zijn woningaanpassingen in geval van extra zorgbehoefte eenvoudig realiseerbaar.
Bron: www.woonkeur.nl


Het Oppluslabel.
Opplussen is het verbeteren van bestaande woningen en woongebouwen om ouderen en mensen met een lichte functiestoornis te laten wonen in een toegankelijk, bruikbaar en veilig huis. Om te bepalen aan welke eisen een opgepluste woning moet voldoen, zijn diverse onderzoeken uitgevoerd onder deze doelgroepen. Ook is overleg gevoerd met belangengroepen.
Het aantal mensen in Nederland dat baat heeft bij een opgepluste woning is enorm. Schattingen van de behoefte lopen uiteen van elf tot vijftig procent van de huidige woningvoorraad. Door de voortgaande vergrijzing zal de helft van alle woningen in het jaar 2020 worden bewoond door huishoudens met mensen van 55 jaar en ouder. In de huursector zelfs zeventig tot tachtig procent.
Per 2004 is het opplusexperiment beëindigd. Enkele bedrijven hebben op commerciële basis besloten dat voortzetting zal plaatsvinden, waarbij de opgedane kennis beschikbaar blijft.
Natuurlijk heeft niet iedere oudere 'woonhandicaps'. Maar het Oppluspakket bevat ook preventieve maatregelen die ongevallen kunnen voorkomen. Volgens de statistieken van Consument en Veiligheid komen jaarlijks zo'n 155.000 65-plussers na een ongeval in de privé-sfeer voor opname of EHBO in een ziekenhuis of bij de huisarts. Van alle mensen die door een ongeval in en om het huis overlijden (méér dan 1600) is 79% ouder dan 65.
De noodzakelijke aanpassingen variëren van het wegwerken van niveauverschillen (bv. het ophogen van galerijen of het verlagen van drempels) tot het aanbrengen van goede verlichting, handgrepen in de douche en een anti-sliplaag op de vloer. De vereiste aanpassingen zijn gericht op valpreventie en op het beter bruikbaar maken van de woning voor oudere mensen en mensen met lichte functiestoornissen.
Bron: www.opplussen.nl