logo woningaanpassing info en advies wonen
Het Stappenplan Het Pve Het Voorbeeld Het Advies De Regels De Rest
home



De WMO.
Jurisprudentie.
Knelpunten.
Wetteksten.
Belasting.
Fondsen.
Bijstand.
Bouwregels.
Bouwcontracten.
Links.
Home.
(Terug)
Sitemap.
Contact.


Naam:..

Plaats:..

Email:...

.
Blijf op de hoogte !
.

.

adverteren

.


Bestel de infomap !

alle info van deze site
overzichtelijk met
de laatste aanvullingen.

.

.

.

.

WMO-commentaar.

Woningaanpassing in de WMO.

12-6-2007

Het artikel "Woningaanpassing in de WMO" dat ik schreef ten behoeve van enkele cliëntorganisaties geeft in grote lijnen de belangrijkste gevolgen weer die de WMO heeft op het verstrekken van complexe woningaanpassingen.

Er bestaat een tendens om kinderen en volwassenen met een (ernstige) handicap zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Zij kunnen daar hun leven zelfstandiger inrichten. Vanuit de landelijke politiek wordt dit uitgangspunt ondersteund. Het éénmalig verstrekken van voorzieningen thuis beperkt tenslotte een beroep op dure AWBZ-zorg. Vooral bij complexe, zorgintensieve handicaps zijn hiervoor grote aanpassingen aan een woning nodig. Denk aan mensen met (soms zeldzame) spier- en stofwisselingsziekten, die veel verzorging vragen en een progressief verloop kunnen hebben.

Per 1 januari 2007 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ingegaan. De oude WVG is daarin opgegaan. Er zijn echter een aantal belangrijke verschillen. Zo is er een "compensatieplicht" voor gemeenten gekomen. Er bestaat de kans, dat de kleine, maar kwetsbare groep aanvragers van complexe woningaanpassingen in de problemen komt. De inhoud van de VNG modelverordening, (waarop vrijwel alle Gemeentelijke WMO-Verordeningen gebaseerd zijn) geeft hier en daar aanleiding tot zorg. Al zal in de praktijk moeten worden afgewacht welk beleid de gemeenten zullen gaan voeren. De volgende punten zijn van belang:

  • Gemeenten kunnen onder de WMO de kosten van dure woningaanpassingen niet meer declareren bij het Rijk, zoals onder de WVG het geval was. Het geld, dat daarmee gemoeid was, wordt over alle gemeenten verdeeld via het Gemeentefonds. Gemeenten krijgen op deze manier dus een extra stimulans om intern naar besparingen te zoeken. Bijvoorbeeld via het verhogen van de toegangsdrempel door strikter beleid te voeren, met hogere eigen bijdragen. Naast "eigen bijdragen" (welke aan een maximum gebonden zijn) ontstaat de mogelijkheid voor "eigen (kosten)aandelen". De WMO verordening biedt er alle ruimte voor.

  • Gemeenten krijgen de mogelijkheid "voorliggende algemene voorzieningen" te verstrekken ipv. een individuele voorziening. Zo kenden we in de WVG al het collectieve vervoer tegenover de auto-aanpassing. Deze "algemene voorzieningen" kunnen een bruikbaar en goedkoper alternatief zijn. Maar zij kunnen ook de zelfredzaamheid van iemand beperken. Denk aan bv. een compensatie in de vorm van maaltijdvoorziening tegenover een dure keukenaanpassing, waarbij niet meer zelf gekookt kan worden.
  • Het "verhuisprimaat" was al bekend in de WVG. Toepassing ervan stuit soms op problemen, omdat er geen geschikte alternatieven voorhanden zijn. De WMO kent daarnaast het "primaat van de losse woonunit". Hoewel deze units kostenbesparend kunnen zijn (denk aan kortdurende zorg bij snel verlopende aandoeningen zoals ALS), zijn er in specifieke situaties forse nadelen. Een gehandicapt kind zal er tot 20 á 25 jaar gebruik maken van een als "tijdelijk" bestemde unit. De herbruikbaarheid van de unit, één van de sterkste argumenten pro, zal dan niet groot meer zijn. Veel gezinnen hebben emotionele problemen, zij ervaren zo'n unit als stigmatiserend en ongewenst. Daarnaast spelen voor de gemeente problemen als Welstandsgoedkeuring (esthetische maatregelen zijn kostenverhogend), bestemmingsplan en (tijdelijke?) bouwvergunning. Units werden ook onder de WVG wel eens toegekend. Verschil met de WMO verordening is, dat deze uitgaat van het primaat van de losse unit, dwz. de gemeente mag pas anders besluiten als dit geen optie blijkt.
  • De WMO bevat de mogelijkheid voor een persoonsgebonden budget voor aanpassingen. Zorgvragers kunnen met het bedrag van de door hun gemeente aangeboden voorziening, zelf een andere voorziening realiseren, die beter bij hun behoeften aansluit. Omdat gemeenten voorzieningen goedkoper kunnen inkopen, is het echter de vraag, of de als PGB toegekende tegenwaarde toereikend zal zijn voor het realiseren van een gelijkwaardig, individueel alternatief.

De begrippen "algemeen gebruikelijk" en "meerkosten" kwamen al voor in de WVG, met alle problemen van dien. Een compensatieplicht, zoals in de WMO is voorzien, zou in alle gevallen moeten uitgaan van de meerkosten tov. niet-gehandicapten. Al dan niet in combinatie met eifen bijdragen.

De veranderingen betreffen niet alleen de individuele aanvragers. Voor de kleinschalige wooninitiatieven kan de overgang van de huishoudelijke zorg naar de gemeenten, en een cumulatie van eigen bijdragen/aandelen tot extra financiële problemen leiden. Daarnaast gelden hier dezelfde wijzigingen bij het verkrijgen van individuele voorzieningen.

logo adres top


Please change "fontsize" in your browser if page looks corrupted.
Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.